title: Moet je deelnemers leren hoe ze AI gebruiken?
description: AI wordt op de werkvloer steeds gewoner. Maar hoort AI-geletterdheid daardoor ook thuis in trainingen? Ontdek wat deelnemers minimaal moeten begrijpen om AI kritisch en verantwoord te gebruiken.
date: 2026-08-11
author: BAIA
readTime: 6 min
tags: ai, training, trainers
AI duikt ondertussen in bijna elke werkomgeving op. Mensen gebruiken chatbots om teksten te schrijven, informatie samen te vatten, ideeën te bedenken of snel een antwoord te zoeken.
Maar daar ontstaat voor trainers en L&D-professionals een nieuwe vraag:
Moeten we deelnemers eigenlijk ook leren hoe ze AI goed gebruiken?
Die vraag werd op 6 mei 2026 gesteld in de Reddit-community r/instructionaldesign. De auteur zag organisaties volop AI-tools uitrollen, terwijl medewerkers volgens hem vaak nauwelijks leren wat die tools goed kunnen, waar ze tekortschieten en hoe je de antwoorden kritisch beoordeelt.
Dat is inmiddels meer dan een interessante discussie. AI-geletterdheid begint een normale professionele vaardigheid te worden.
AI kunnen openen is niet hetzelfde als AI kunnen gebruiken
Generatieve AI is bijzonder toegankelijk. Je schrijft een vraag en enkele seconden later verschijnt een antwoord.
Precies die eenvoud kan misleidend zijn.
Een bruikbaar antwoord krijgen vraagt namelijk meer dan een goede prompt. Een gebruiker moet ook kunnen beoordelen of het antwoord klopt, welke informatie ontbreekt, welke gegevens beter niet ingevoerd worden en wanneer menselijke expertise nodig blijft.
De OECD beschrijft AI-geletterdheid daarom niet als één technische vaardigheid, maar als een combinatie van kennis, vaardigheden en attitudes waarmee mensen AI kunnen begrijpen, kritisch beoordelen en verantwoord gebruiken.
Leer eerst wat AI niet weet
Een nuttige AI-training hoeft niet te beginnen met twintig prompttechnieken.
Begin met de beperkingen.
Generatieve AI voorspelt plausibele antwoorden. Dat betekent niet automatisch dat die antwoorden feitelijk juist, volledig of geschikt voor de specifieke situatie zijn.
De OECD waarschuwt in zijn Digital Education Outlook 2026 bovendien voor cognitieve uitbesteding: wanneer mensen denkwerk te snel aan algemene chatbots overlaten, kan dat zelfstandig leren en metacognitie ondermijnen.
Een simpele gewoonte helpt al: behandel een AI-antwoord als een voorstel dat beoordeeld moet worden, niet als een eindantwoord dat uitgevoerd moet worden.
Kritisch denken wordt belangrijker, niet minder belangrijk
Het lijkt logisch dat AI kenniswerk eenvoudiger maakt. Toch betekent dat niet dat mensen minder moeten weten.
Om een fout antwoord te herkennen, heb je juist voldoende kennis van het onderwerp nodig.
UNESCO legt daarom in zijn AI-kaders veel nadruk op menselijke autonomie, kritisch denken en ethiek. AI moet het denkproces ondersteunen, niet stilletjes overnemen.
Voor trainers verandert daardoor ook de oefening. In plaats van alleen te vragen: Kun je met AI tot een antwoord komen? wordt een interessantere vraag: Kun je uitleggen waarom dit antwoord betrouwbaar is?
Leer deelnemers wanneer AI wél handig is
Alleen waarschuwen voor risico's helpt natuurlijk ook niemand.
AI kan uitstekend werken als denkpartner. Bijvoorbeeld om een eerste structuur te maken, alternatieven te bedenken, een lange tekst samen te vatten of vragen te formuleren waarmee iemand verder kan onderzoeken.
De OECD ziet juist positieve leereffecten wanneer generatieve AI bewust wordt ingezet met een duidelijk pedagogisch doel.
Het verschil zit dus niet simpelweg tussen AI gebruiken en AI niet gebruiken.
Het zit tussen gedachteloos uitbesteden en doelgericht ondersteunen.
Maak privacy onderdeel van de vaardigheid
Wie AI gebruikt op het werk, werkt soms met klantinformatie, interne documenten of andere gevoelige gegevens.
Daarom hoort ook een eenvoudige privacyreflex bij AI-geletterdheid: weet welke informatie je in een systeem mag invoeren, waar gegevens terechtkomen en welke afspraken binnen de organisatie gelden.
UNESCO noemt gegevensbescherming expliciet als voorwaarde voor verantwoord gebruik van generatieve AI.
Voor Europese organisaties speelt nog iets extra
AI-geletterdheid is ondertussen ook onderdeel van de Europese AI Act.
Artikel 4 verplicht aanbieders en organisaties die AI-systemen inzetten om maatregelen te nemen die de AI-geletterdheid ondersteunen van medewerkers en andere personen die namens hen met die systemen werken. Daarbij moet rekening worden gehouden met hun kennis, ervaring, opleiding en de context waarin AI wordt gebruikt.
Dat betekent niet dat iedereen een AI-expert moet worden.
Wel dat simpelweg een AI-tool beschikbaar stellen zonder aandacht voor verantwoord gebruik steeds moeilijker te verdedigen is.
Wat moet een deelnemer dan minimaal leren?
Voor de meeste professionele trainingen hoeft AI-geletterdheid geen aparte cursus van een dag te worden.
Een compacte basis kan al veel verschil maken. Deelnemers zouden minstens moeten begrijpen wat de gebruikte AI-tool doet, waarvoor ze hem kunnen inzetten, dat antwoorden fouten kunnen bevatten, hoe ze belangrijke informatie controleren, welke gegevens ze niet mogen delen en wanneer een mens de beslissing moet nemen.
Daarna kun je de toepassing koppelen aan het vakgebied zelf.
Een salesmedewerker heeft andere voorbeelden nodig dan een leidinggevende. Een coach werkt met andere risico's dan iemand in administratie.
Juist die context maakt AI-training nuttig.
De rol van de trainer verschuift een beetje
Een trainer hoeft niet op elke nieuwe AI-tool te springen.
Maar zodra deelnemers AI gebruiken binnen het onderwerp dat je hen leert, wordt het steeds relevanter om ook te bespreken hoe ze die technologie verantwoord inzetten.
Niet omdat AI het onderwerp van elke training moet worden.
Wel omdat deelnemers na de training steeds vaker met een extra collega aan tafel zitten die razendsnel antwoordt, nooit zegt dat hij moe is en soms met indrukwekkend zelfvertrouwen compleet verkeerd zit.
Leren omgaan met die collega hoort steeds meer bij leren werken.